Een te laag vochtgehalte in de kaslucht leidt tot een hoog vochtdeficit, sluitende huidmondjes en verminderde CO2-opname door het gewas. Hogedrukverneveling wordt in de glastuinbouw ingezet om de luchtvochtigheid te verhogen zonder het gewas nat te maken. In dit artikel leggen we uit hoe het systeem werkt, hoe sturing op vochtdeficit en temperatuur samenhangt, en in welke situaties verneveling minder effect heeft.
Wat is hogedrukverneveling en hoe verhoogt het de luchtvochtigheid
Bij hogedrukverneveling wordt water onder een systeemdruk van doorgaans rond 100 bar door een leidingnet van roestvast staal gepompt. Op dit leidingnet zijn vernevelingsnozzles gemonteerd, meestal met een opening van ongeveer 0,20 mm. Door de combinatie van hoge druk en kleine nozzle-opening ontstaan zeer fijne waterdruppels. Een nozzle levert, afhankelijk van uitvoering en omstandigheden, ongeveer 4,5 tot 4,8 liter water per uur.
De fijne druppels verdampen in de kaslucht. Dat proces doet twee dingen tegelijk:
- Verdamping onttrekt warmte aan de lucht (verdampingswarmte), wat een koelend effect geeft.
- De lucht neemt waterdamp op, waardoor de relatieve luchtvochtigheid (RV) stijgt.
Een vochtige luchtmassa heeft bovendien een hogere warmte-inhoud dan droge lucht. Dat betekent dat lucht die via ventilatie wordt afgevoerd, per kuub meer warmte meeneemt, en dat het verschil in warmte-inhoud tussen binnen- en buitenlucht (enthalpieverschil) de luchtuitwisseling versterkt.
Als indicatie: bij een vernevelingsdebiet van 200 cc per m² per uur is het koelend effect vergelijkbaar met circa 150 watt per m². Dit is een voorbeeldwaarde uit praktijkmonitoring; het daadwerkelijke effect in uw kas hangt af van het ontwerp en de omstandigheden op dat moment.
Waarom luchtvochtigheid en vochtdeficit belangrijk zijn voor het gewas
Vochtdeficit (ook wel VPD genoemd) geeft het verschil weer tussen de hoeveelheid waterdamp die de lucht bij een bepaalde temperatuur maximaal kan bevatten en de hoeveelheid die er daadwerkelijk in zit. Bij een hoog vochtdeficit verdampt het gewas relatief veel vocht via de huidmondjes. Als reactie sluiten planten deze huidmondjes gedeeltelijk, wat de CO2-opname en daarmee de fotosynthese beperkt.
Praktijkmonitoring bij Het Nieuwe Telen laat zien dat het overdag behouden van een hogere luchtvochtigheid kan bijdragen aan meer groei, doordat huidmondjes langer openblijven, de CO2-benutting verbetert en er minder vochtstress optreedt. Dit is een algemeen fysiologisch principe; specifieke streefwaarden voor RV of vochtdeficit per gewas zijn projectafhankelijk en worden niet als vaste norm gehanteerd.
Sturen op vochtdeficit of op temperatuur
Een Dutchbeek hogedrukvernevelingssysteem wordt via de klimaatcomputer aangestuurd op basis van relatieve luchtvochtigheid, temperatuur en vochtdeficit. Deze drie grootheden hangen samen: dezelfde RV kan bij een andere temperatuur tot een heel ander vochtdeficit leiden.
Sturen op alleen temperatuur houdt geen rekening met hoe droog of vochtig de lucht daadwerkelijk aanvoelt voor het gewas. Sturen op vochtdeficit combineert temperatuur en RV in één stuurwaarde en sluit daardoor vaak beter aan bij het fysiologische gedrag van het gewas. Welke combinatie van instellingen in de klimaatcomputer het beste werkt, hangt af van teelt, kasconstructie en teeltdoel, en wordt bepaald in overleg met de klimaatregelaar en op basis van projectspecifieke inzichten.
Hoe lang staat het vernevelingssysteem aan
Het systeem schakelt niet continu, maar in intervallen: aan en uit op basis van de ingestelde grenswaarden voor RV, temperatuur of vochtdeficit in de klimaatcomputer. Hoe lang en hoe vaak het systeem per keer aanstaat, hangt af van de actuele klimaatomstandigheden, de gewenste RV-verhoging, de nozzle-indeling en de systeemcapaciteit.