De laatste jaren gebruiken steeds meer glastuinbouwbedrijven een vernevelingsinstallatie.
In de zomer kan op warme dagen het kasklimaat zo warm en droog worden dat telers soms spreken van een
woestijnklimaat. Ongeveer 60% van de kaskoeling wordt veroorzaakt door gewasverdamping, maar als het erg droog is kunnen niet alle gewassen voldoende water aanvoeren en ontstaat droogtestress.
Omdat droogtestress de opname van CO2 verlaagt wordt dan ook op steeds meer bedrijven met een vernevelingsinstallatie de kas gekoeld
en de luchtvochtigheid op peil gehouden. Bijkomend voordeel hierbij is, dat hiermee ook de luchtramen minder ver hoeven te worden geopend en meer CO2 in de kas kan worden gehouden.
Met vernevelen kunnen drie doelen worden nagestreefd: een lage kastemperatuur, een laag ventilatievoud (ofwel een hoge CO2 concentratie), en/of een lage gewasverdamping. Hiervan lijkt de hoge CO2 concentratie meer voordeel te
bieden dan een lage kastemperatuur.
Vernevelen kan worden ingezet voor meerdere doelen:
• Het verlagen van de kastemperatuur door de verdampingskoeling te verhogen
• Het verhogen van de enthalpie (energie4inhoud) van de kaslucht, zodat minder hoeft te worden geventileerd om dezelfde hoeveelheid warmte af te voeren. Hierdoor kan de CO2 concentratie in de kas hoog blijven.
• Het verlagen van de verdampingsbehoefte van het gewas, zodat uitdroging wordt voorkomen en de bladeren minder snel hun huidmondjes hoeven te sluiten.

Verdamping per gewas
De verdamping is niet bij elk gewas even hoog. Een paprikagewas bijvoorbeeld verdampt bijna 25% minder dan een komkommergewas [De Graaf en Spaans, 1989]. Dit ligt aan verschillende factoren, zoals de mate van
lichtabsorptie, de maximale huidmondjesgeleidbaarheid en de grenslaagweerstand.
Ook de conditie van het wortelgestel en de extreemheid van het kasklimaat hebben invloed op de verdamping. Als een plant moeite heeft om voldoende water aan te voeren voor de benodigde verdamping, dan zullen de
huidmondjes zich sluiten, zodat minder water via de huidmondjes kan verdampen. Hierdoor stijgt de bladtemperatuur en zal relatief meer warmte worden afgevoerd door convectie en uitstraling.
